Wat ik deed is voor jullie een teken:

wat ik gedaan heb, zal ook met hen gebeuren. Dit zegt God, de HEER:

Zij zullen als gevangenen in ballingschap gaan. Hun vorst zal ook een last op zijn schouders laden en naar buiten gaan als het helemaal donker is. Ze zullen een gat in de stadsmuur maken om hem door te laten, en hij zal zijn gezicht bedekken, want hij zal zijn land niet meer terugzien. Ik zal Mijn netten over hem uitspreiden en hem daarin vangen, en dan breng Ik hem naar Babel in het land van de Chaldeeën. Daar zal hij sterven zonder dat land te kunnen zien. Zijn getrouwen, zijn lijfwacht en al zijn troepen zal Ik in alle windrichtingen uiteendrijven en met getrokken zwaard achtervolgen. Wanneer Ik hen verdrijf naar verre landen en verspreid onder vreemde volken, zullen ze beseffen dat Ik de HEER ben. Enkelen zal Ik sparen. Zij zullen aan het zwaard, de honger en de pest ontkomen, want ze moeten de volken waar ze terechtkomen vertellen over al hun gruwelijke daden. Dan zullen ze beseffen dat Ik de HEER ben.”’

De HEER richtte zich tot mij:

‘Mensenkind, als je brood eet moet je beven, als je water drinkt moet je sidderen van angst. Zeg dan tegen je landgenoten:

“Dit zegt God, de HEER, over de inwoners van Jeruzalem die in Israël zijn achtergebleven:

Ook zij zullen vol angst hun brood eten en in wanhoop hun water drinken, want door de misdaden van zijn bewoners wordt het land van zijn rijkdommen beroofd.

Loading

Lees ook deze Berichten:

Ezechiël 22:1-17 Oordeel over Jeruzalem 1
Ezechiël 9:1-11 1
Ezechiël 6:1-10 Israël getroffen door het zwaard 1
Ezechiël 25:10-17 Profetie tegen de volken die Isr...
Ezechiël 18:23-32 Wie rechtvaardig handelt, zal le...
Ezechiël 12:20-28 Een teken voor het opstandige vo...
Ezechiël 14:12-23 Het lot van Jeruzalem 2
Ezechiël 36:1-12 1
Ezechiël 42:1-11 De ruimten voor de priesters 1
Ezechiël 2:1-10
Ezechiël 45:13-25 Verdeling van de grond 2
Ezechiël 44:20-31 Toegang tot de tempel 3
Ezechiël 17:1-14 De adelaars en de wijnstok 1
Ezechiël 30:15-26 2
Ezechiël 5:10-17 2
Ezechiël 21:17-28 Het goddelijk zwaard 2
Ezechiël 10:13-22 2
Ezechiël 46:12-24 2
Ezechiël 36:13-25 2
Ezechiël 13:1-13 1
Ezechiël 10:1-12 1
Ezechiël 23:31-44 Ohola en Oholiba 3
Ezechiël 40:1-12 De nieuwe tempel 1
Ezechiël 27:1-19 1
Ezechiël 29:1-12 Profetie tegen Egypte 1
Ezechiël 23:17-30 Ohola en Oholiba 2
Ezechiël 11:14-25 2
Ezechiël 24:1-14 De kookpot 1
Ezechiël 47:13-23 De grenzen van het land 2
Ezechiël 16:14-27 Jeruzalems ontrouw 2
Ezechiël 34:21-31 De slechte herders en de goede h...
Ezechiël 47:1-12 De rivier uit de tempel 1
Ezechiël 31:1-11 1
Ezechiël 3:1-17 1
Ezechiël 20:1-12 Israël opstandig en ontrouw 1
Ezechiël 23:1-16 Ohola en Oholiba 1
Ezechiël 20:13-25 Israël opstandig en ontrouw 2
Ezechiël 21:29-37 Het goddelijk zwaard 3
Ezechiël 41:13-26 2
Ezechiël 15:1-8 Het hout van de wijnstok
Ezechiël 48:23-35 3
Ezechiël 17:15-24 De adelaars en de wijnstok 2
Ezechiël 31:12-18 2
Ezechiël 16:1-13 Jeruzalems ontrouw 1
Ezechiël 7:14-27 Het einde komt 2
Ezechiël 1:1-14 Ezechiël geroepen 1
Ezechiël 32:1-15 1
Ezechiël 27:20-36 2
Ezechiël 25:1-9 Profetie tegen de volken die Israë...
Ezechiël 39:15-29 2
Ezechiël 30:1-14 1
Ezechiël 32:25-32 3
Ezechiël 4:1-10 1
Ezechiël 43:1-11 De verschijning van de HEER keert...
Ezechiël 40:40-49 De nieuwe tempel 4
Ezechiël 26:12-21 Profetie over Tyrus 2
Ezechiël 4:11-17 2
Ezechiël 45:1-12 Verdeling van de grond 1
Ezechiël 28:16-26 2
Ezechiël 46:1-11 1
Ezechiël 36:26-38 3
Ezechiël 43:21-27 De verschijning van de HEER keer...
Ezechiël 39:1-14 1
Ezechiël 40:27-39 De nieuwe tempel 3
Ezechiël 37:15-28 Eén God, één volk, één herder 2
Ezechiël 38:1-12 Gogs leger vernietigd 1
Ezechiël 40:13-26 De nieuwe tempel 2
Ezechiël 24:15-27 Een plotselinge slag 2
Ezechiël 5:1-9 1
Ezechiël 34:1-10 De slechte herders en de goede he...
0Shares